country talk #6
Zinkflora

Een klein geel bloemetje, soms met een paar blauw/paarse bovenbladen. Het zinkviooltje ziet er teer en kwetsbaar uit. Ook de roze bloemetjes van de zinkboerenkers lijken zacht en liefelijk. De zinkblaassilene staat broos te bloeien in het veld. Toch zijn deze plantjes veel taaier dan je zou denken. Zo op het oog zijn ze heel teer en kwetsbaar, maar deze mooie bloemetjes wortelen in sterk vervuilde grond waarin veel lood en zink zit. Dat zijn zware metalen en in principe dus ongezond. Door diverse aanpassingen floreren deze planten echter. Zo blijkt dat je op sommige plaatsen toch iets moois kunt vinden, al lijken de omstandigheden op het tegendeel te wijzen.

Zinkflora komt maar op een paar plekken ter wereld voor, en eentje ervan ligt in het gebied waar ook wij als country girls wonen en werken, namelijk het Oostelijke Geuldal. Zinkflora is een zogenaamde geo-botanische aanwijzing. Zoals de naam al zegt, groeit het alleen op plaatsen waar zink in de grond zit, in het Geuldal is dat vooral aan de Belgische kant van de grens. De riviertjes de Geul, de Hohn en de Vesdre doorsnijden zinkhoudende aardlagen en vervoeren zo zinkhoudend slib door de omgeving. Op zinkhoudende gronden naast de riviertjes vind je dan typische vegetatie en zo herken je dat er zink in de bodem zit.

Dat was goed nieuws vonden de Romeinen, zij probeerden al zink en lood te delven en vanaf 1270 zijn er al vermeldingen van de winning van zink en lood in de omgeving van het Waalse plaatsje Moresnet. Hier werden in de 19de eeuw de eerste echte zinkmijnen gevestigd. De fabrieken en mijnen rondom Plombières, Kelmis en Moresnet beleefden hoogtijdagen. Zink en lood waren belangrijke grondstoffen, de delving ervan leidde tot grote welvaart.

Het ging er in deze tijd helaas niet erg milieubewust aan toe in het industriële gebied. De zware metalen werden zonder pardon gedumpt en verspreidden zich, waardoor de oppervlakte zwaar verontreinigd werd. Maar het zinkviooltje en co pasten zich aan, ze waren in staat steeds grotere hoeveelheden zink en lood te verwerken. De soorten overleefden de tijden van mijnen en fabrieken en groeien nog steeds ieder jaar.

In de huidige tijd worden de oude mijnsites beschermd. Die van Plombières is heden ten dage een natuurreservaat waar de zinkflora uitbundig bloeit, doorsneden door de Geul. Zeker een bezoek waard. De oude treindijken waarmee vanuit de mijnen zink en lood werden vervoerd naar de afzetgebieden Luik en Aken, zijn omgetoverd tot mooie fietspaden zoals de Ligne 38. De naam verwijst naar de historische treinverbinding. Een bijzondere, vaak onbekende omgeving waar het nog rustig is. Een verborgen pareltje en absoluut een aanrader. En je komt er zeker hier en daar de nodige zinkviooltjes tegen, ze zijn er elk jaar van april tot en met juli. [YC]

Meer info
Ligne 38 is onderdeel van de RAVeL (Réseau Autonome de Voies Lentes) in Belgisch Wallonië, een netwerk van openbare wegen over oude spoorlijnen en jaagpaden, speciaal bedoeld voor langzaam verkeer zoals fietsers en wandelaars.
Naar de homepage van countrygirls.nl.
Abonneer u hier op onze country talks.